Economie |
De Korowai zijn horticulturalisten die shifting cultivation in praktijk brengen. De elementaire voedingsmiddelen zijn sago (kho, ndaü) en bananen (dup, dendü, sakhu). Elke clan heeft zijn eigen tuinen (yasim) niet ver van hun boomhuizen, waarop zij ook bataten (khaw = Ipomoea batatas) en cassave-achtige knollen (simbelu = Colocasia) verbouwen, naast onder andere tabak (dépon, saukh, sü).
![]()
Varkens (gol) en honden (méan) zijn de enige gedomesticeerde dieren. Varkens functioneren vooral als voorwerpen van uitwisseling en compensatie. Honden worden gehouden als gezelschapsdier en voor de jacht, en ook vanwege de buitengewoon hoge waarde van hun tanden. Het jagen (bétop abokhai/abolai) op wilde varkens wordt gedaan met pijl en boog (ati-khayo). Varkens die gevangen worden in valkuilen of in speciale hek-constructies worden doodgeschoten of doodgestoken met speren. Kasuarisvogels (küal, sandum, sanip) worden geschoten of gestrikt met rotan touwen (nan) die over hun looppaden zijn gespannen. Kleinere dieren, zoals vogels, reptielen, ratten en andere knaagdieren, en ook kleinere vleermuizen worden gejaagd door de kinderen.
Bij het vissen gebruiken de Korowai pijl en boog, vergift en mand-achtige constructies die in kunstmatig opgeworpen dammen worden geplaatst. In de tijd voor het contact met de buitenwereld werden krokodillen (semail) gespietst met het oog op consumptie, nu om commerciële redenen.
Bladgroenten, gras- en rietsoorten worden verzameld in het bos, zowel als wilde vruchten tijdens de desbetreffende seizoenen: bijvoorbeeld de zoete vruchten van de Ponnetia pinniata en wilde appels.
COMMERCIELE ACTIVITEITEN
Monetaire uitwisseling werd geïntroduceerd door de zendelingen. Sommige Korowai-groepen waren betrokken bij het bouwen en onderhouden van de vliegstrip in Yaniruma; anderen werkten op de zendingspost. Aanvankelijk werden ze betaald met stalen bijlen, kapmessen en kleding, maar later met Rupiah's die konden worden besteed voor de aankoop van goederen als zout, kleding, vishaakjes, scheermesjes en lucifers in de kleine winkel op de zendingspost van Yaniruma. Sommige mensen deden boodschappen in verderweggelegen nederzettingen, zoals Wanggemalo en Bomakia en in de de centrale dorpen Kouh (sub-district Kouh) en Senggo (sub-district Citak-Mitak).
Eind jaren tachtig en begin jaren negentig werden sommige groepen ingeschakeld bij houtkapprojecten van commerciële buitenlandse ondernemingen, en de benedenstrooms wonende Korowai-mensen ontvingen vergoeding voor hun diensten als gidsen en roeiers in de boomstam-kano's die werden gehuurd door groepen toeristen.
De Korowai maken pijlen en bogen. De pijlschachten zijn vervaardigd van bamboe, de punten van bamboe-schilfers (daup) of van bot.
Stenen bijlen (khul) worden vastgebonden aan de bovenzijde van relatief lichte handvatten. Deze worden vooral gebruikt voor het kappen van bomen, en niet zozeer in verband met strijd.
Manshoge, ovaalvormige lichtgewicht schilden (wolumon) worden gebeiteld uit een stukhout, en worden voornamelijk gebruikt als banieren tijdens de dansen op een sago-rupsenfeest. Ze fungeren pas in tweede instantie als middel van defensie.
![]()
![]()
Versieringen zoals halskettingen en neus- of haardecoraties worden gemaakt van natuurlijke materialen, bijvoorbeeld varkens- en hondentanden of cowrie shells.
Weinig is bekend over Korowai handelspatronen. Stenen voor bijlen zijn afkomstig uit het berggebied en lijken via de Brazza-regio door middel van ruilhandel in het Korowai-gebied terecht te zijn gekomen.
Hetzelfde kan worden gezegd over de cowrie shells, die blijkbaar afkomstig zijn uit de zuidelijke kuststreken.
Via ruilhandel, hetzij vrijwillig, hetzij verplicht op basis van door adat bepaalde retributie worden veel tamme varkens verhandeld, en de over heel Papua bekende strengen varkens- en hondentanden (gol-tebil respect. méan-tebil).
Sago schijnt nooit te worden geruild voor andere dingen, ook niet voor geld.
De jacht op groot wild is een specifiek mannelijke bezigheid, kleiner wild kan worden gevangen door jongens. Kleine kinderen jagen op kleine dieren met pijltjes van nerven van sagopalmbladeren (kailon). Het houden van varkens en het verzamelen van voedsel komen voor de verantwoordelijkheid van de volwassen vrouwen. Het werken in de tuinen wordt gedaan door zowel mannen als vrouwen, waarbij de eersten vooral het zwaardere werk aanpakken. Andere niet gender-specifieke activiteiten zijn het hakken van brandhout en vissen.
Verder zijn de mannen zijn verantwoordelijk voor het planten van jonge sago-spruiten. Zij doen ook het zwaardere werk dat hoort bij het omhakken en splijten van volgroeide sagopalmen; het kloppen van de sago wordt vooral gedaan door de vrouwen. Ook wordt van de vrouwen verwacht dat ze de ontwikkeling van het eindproduct verzorgen. Dit geschiedt in een proces waarbij het zetmeel wordt gescheiden van het aan de sagopulp toegevoegde water, via een stellage gemaakt van de houten bladscheden van de sagopalm en filters van boomschors.
Het bouwen van boomhuizen is een kwestie van samenwerking tussen beide sexen, waarbij ook hier alweer het zwaarste werk aan de mannen toevalt.
Publieke religieuze activiteiten, zoals de voltrekking van varkensoffers, worden uitsluitend door mannen uitgevoerd.
Er lijkt een onderscheid te bestaan tussen rechten van grond-gebruik en grond-eigendom. De gronden van Yafufla zijn bijvoorbeeld erfelijk eigendom van de trans-Becking Korowai-clan Maliap, terwijl de toestemming om een dorp te openen in dat gebied gegeven werd door de Kombai man Bofo Khomei, die in een affinale relatie staat met de Maliap.
Onbewoonde gebieden die niet worden opgeëist door specifieke clans worden aangeduid als 'geest-territoria' (laléo-bolüp).
Sommige clans omvatten sub-clans die samen een territorium delen. Verschillende clans kunnen dezelfde naam hebben als andere, maar wonen betrekkelijk ver bij elkaar vandaan.