Huwelijk
en Gezin |
Huwelijk Huishouden Nalatenschap Opvoeding
Huwelijken zijn exogaam en er is sprake van polygynie. De Korowai kennen het instituut van het leviraat, gebaseerd op het voldoen van de bruidsprijs.
Het huwelijkssysteem geeft een voorkeur te zien voor het huwen van moeders moeders broers dochter, die makh ('grootmoeder') wordt genoemd.
Vanwege de vereiste hoge bruidsprijs kunnen mannen hun eerste vrouw niet eerder huwen dan voor hun twintigste levensjaar. Vrouwen worden uitgehuwelijkt als jonge teenager of zelfs eerder.
Een elementair huishouden bestaat uit een man, z'n vrouw(en), en z'n ongehuwde kinderen. Het huishouden kan ook de moeder van de man omvatten, wanneer deze inmiddels weduwe is geworden, maar ook ongetrouwde broers en zusters, plus eventueel de ongehuwde kinderen van broers of zusters, en vooral de weeskinderen van 's mans zusters.
Het aantal leden van een huishouden beloopt een maximum van vijftien personen.
Voorzover bekend, heeft het gemiddelde clan-territorium met meer dan twee boomhuizen, een bevolking van twintig tot dertig personen. De omvang van families die verhuisd zijn naar de bestaande dorpen kent een tendeert naar een geringere populatie.
Het eigendomsrecht over een clan-territorium wordt overgedragen aan de mannelijke leden van de clan. Dit is ook het geval ten aanzien van persoonlijke eigendommen van de clan-leden.
Wanneer een persoon sterft, wordt het - binnen het kader van het avunculaat - als passend beschouwd dat men geschenken uitdeelt aan de moeders broers van de overledene, gewoonlijk door de schenking van varkens.
Kinderen (mbambam) worden meestal opgevoed door hun moeders en de andere vrouwelijke leden van de clan. Ze groeien op in het vrouwenvertrek van het (boom)huis. Jongens verhuizen naar de mannenruimte in hun vroege tienerjaren. Een baby wordt altijd gedragen in een draagnet (ainop) en krijgt zo vaak het maar wenst de borst.
Er is geen formele educatie bij de Korowai. Kinderen leren zich te gedragen in de praktijk van het dagelijks leven van een huishouden. De vrouwen leren de kinderen hoe ze gevaren kunnen ontlopen, en thuis informeren ze hen over de regels en de taboes. Het vertellen van verhalen, de uitwisseling van roddels, het aanleren van liedjes en gezegden met praktische levenswijsheid vormen onmisbare element voor de socialisatie.
Een klein meisje wordt zo spoedig mogelijk actief betrokken in het voldoen van alle vrouwelijke verplichtingen. Om en nabij de leeftijd van tien jaar wordt ze uitgehuwelijkt aan een veel oudere man die van haar competentie verwacht ten aanzien van economie, van het sociale leven, en van sexualiteit. Een pasgetrouwd meisje moet meestal nog leren zich aan te passen aan de grillen en wensen van haar echtgenoot, vaak onder het verduren van fysieke bestraffingen.
![]()
![]()
Als een jongen de tienerleeftijd heeft bereikt, geven de volwassen mannen hem onderricht in het vervullen van de mannelijke taken. Vanaf dat moment wordt de jongen stap voor stap geïnformeerd over de gevoeligheden en spanningen die er binnen de clan zelf, maar ook tussen genabuurde clans onderling kunnen bestaan. Op ongeveer vijftienjarige leeftijd doet hij volledig mee met de jacht en het uitvechten van twisten. In dezelfde periode kan hij worden ingewijd in de voorouderlijke wijsheid over de oorsprong en de instandhouding van het universum.
Een jonge Korowai wordt in sterke mate ontmoedigd om vragen te stellen, want van hem of haar wordt verwacht dat hij geduld bewaart tot het moment waarop de oudere mensen hem of haar van de geëigende informatie voorzien. Al op jonge leeftijd maken de Korowai hun kinderen gewoon met het alomvattende concept van manop ('goed') versus lembul ('slecht'). Dit concept omvat een breed spectrum van connotaties ten aanzien van ethiek, sociaal leven, kosmisch evenwicht, gezondheid, sexualiteit en traditionele wijsheid en kennis, inclusief de omgang met de onzichtbare geestenwereld.