Oriëntatie

Referenties

Korowai - Algemene oriëntatie

 

Algemeen Aantal Taal Historie/Relaties Wonen Dorpsformatie

WIE ZIJN DE KOROWAI

De term Korowai (een maleise verbastering van de aanduiding Kolufo) slaat meer op een gemeenschappelijkheid qua taal, dan op een stameenheid. De patriclan is voor de Korowai zelf immers de relevante eenheid als het gaat om zelfidentificatie. Dit papua-volk uit het subdistrict Kouh in het zuidelijke district Merauke van de Indonesische provincie Papua woont tussen de Eilanden- en de bovenstroom van de Beckingrivier.

Locatie Korowai in Zuid-Papua   

Hun leefomgeving bestaat vooral uit moerassig tropisch regenwoud. In dit landschap vindt men de heuvelachtige overgang naar het centrale berggebied van Papua. De bergen zijn zichtbaar vanaf de wat hoger gelegen gebieden (fium) en vanaf de oevers van de Eilandenrivier. De omgeving kent geen wijde wateroppervlakken. 

Het klimaat laat een overgang zien van dat aan de zuidkust en dat van het bergland in het Trans-Eilandengebied. Overigens is er meestal niet veel merkbaar van de moesson-wisseling.

HOEVEEL ER ZIJN

Op grond van surveys per helicopter die gemaakt werden van 1986 tot en met 1990 kan de grootte van de populatie bij benadering geschat worden op vierduizend mensen die de Korowai-taal spreken. 

Meer dan zeventig procent van de bevolking houdt nog verblijf op hun oorspronkelijke territoria, en minder dan dertig procent heeft zich onderhand aangepast aan een min of meer geregeld dorpsleven in één van de acht nederzettingen. 

Van ongeveer vijftig oorspronkelijke clan-territoria zijn de namen bekend, terwijl het vermoeden bestaat dat er nog zo'n vijftig ongeregistreerde clans in het oerwoud wonen.

WAT VOOR TAAL ZE SPREKEN

Het Korowai (Kolufo) maakt deel uit van de Awyu(-Ndumut) taalfamilie van zuid-oostelijk Papua, en hoort bij het Trans-New Guinea phylum.

De Korowai zelf maken onderscheid tussen het dialect dat gesproken wordt langs de oevers van de benedenstroomse Becking- en Eilandenrivieren, en het zogenoemde ilol-kolufo-aup ('Steen-Korowai'), het dialect van de meer stroomopwaarts gelegen gebieden.

Er bestaat geen significante linguistische relatie met de genabuurde Kombai en Citak talen.

GESCHIEDENIS EN CULTURELE RELATIES

Er is weinig bekend over de geschiedenis van de Korowai voor het jaar 1978. Volgens getuigen van het buurvolk, de Citak, zouden de Korowai tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw regelmatig slachtoffer zijn geweest van koppensneltochten door Citak-groepen.

Uit: Rapport J.Klamer over eerste ontmoeting met de Korowai (1961)

Een zendeling in het Boven-Digoelgebied deed verslag van incidentele contacten met Korowai-clans uit de nabijheid van Waliburu en Firiwagé in de periode van 1959-1973.

De eerste regelmatige contacten met Korowai-clans begonnen in 1978. Na verscheidene helicopter-surveys arriveerden zendelingen van de Gereformeerde Kerken in Nederland in de Korowai-territoria, vanuit het Citak-gebied lang de Becking rivier (Nailop = Ndeiram Kabur).

De eerste werkelijke ontmoeting tussen Korowai-mensen en de zendeling Johannes Veldhuizen vond plaats op 4 oktober 1978, via bemiddeling van een Citak-Kombai man die in avunculaire verwantschapsreratie stond met clans uit het benedenstroomse Korowai-gebied.

Johannes Veldhuizen

Tussen 1978 en 1990 kwam de meerderheid van de benedenstroomse Korowai-clans in aanraking met de buitenwereld, tijdens meerdere toernees die in het gebied werden opgezet door de vertegenwoordigers van de Nederlandse zending [ZGK = Zending Gereformeerde Kerken], uitgezonden door de Gereformeerde Kerk van Groningen-Noord

Naderhand vestigden enkele tientallen jonge mensen zich in het dorp Yaniruma, en, na 1987 in de nederzettingen Manggél, Yafufla en Mabül. Onder invloed van hun verwanten die in het bos bleven wonen was hun verblijf in de dorpen in de regel van tijdelijke en incidentele aard. Vanwege de betrekkelijk grote afstand tussen het dorp en hun sago-arealen, is het dorpsabsenteïsme vaak meer dan negentig procent.

Ondanks community development programma's van de Indonesische overheid sinds 1985, is de ontwikkeling van een geregeld dorpsleven in het Korowai-gebied niet erg succesvol. In 1992 ontvingen Yaniruma en Manggél de status van desa, een administratieve eenheid onder het districtsbestuur.

Groepen met toeristen en filmmakers frequenteren de Korowai-territoria in de omgeving van de nederzettingen sinds de vroege jaren negentig.

 

HUN BIJZONDERE MANIER VAN WONEN

Oorspronkelijk woonden de Korowai clans op hun eigen erfgronden (bolüp), soms in vriendschappelijke betrekking tot genabuurde groepen, maar vaak ook sterk geïsoleerd van elkaar, dikwijls in een vijandige relatie. De erfgronden bevatten één tot vijf samen gegroepeerde boomhuizen (khaim) met een gemiddelde hoogte van acht tot twaalf meter. Sommige huizen in de meer bovenstrooms gelegen territoria kunnen een hoogte bereiken van 45 meter. 

Om een boomhuis te bouwen selecteert men een stevige boom als de centrale zuil. Werkend vanaf steigers verwijdert de bouwer de kruin van de boom en construeert het platvorm voor de vloer, die van verdere steun wordt voorzien door middel van vier tot tien smalle boomstammen. De vloerconstructie (bülan) zelf  is gemaakt van dunne stammetjes en wordt bedekt met de schors van de nibung palm (Oncosperma filamentosum). De wanden (damon) worden vervaardigd van de verhoute onderkant van sagopalmbladscheden. Het dak (lél-baul) wordt bedekt met sagobladeren.

Boomhuis in aanbouw - vloerconstructie Vooraanzicht Korowai boomhuis

De huizen in de nederzettingen worden aangeduid als khaü ('bivak') en worden gebouwd volgens het aan de zuidkust van Papua gangbare constructiepatroon. Net als in de boomhuizen wordt het rechthoekige interieur verdeeld in twee of drie ruimtes, waarvan ten minste één bestemd is als vrouwenvertrek, en één voor de mannen. Elke ruimte heeft een vuurplaats (meli-bol).

 

DORPSFORMATIE

Yaniruma, de eerste nederzetting nabij het Korowai-gebied, werd geopend in maart 1979. Een basisschool en een polikliniek werden geopend in de vroege jaren tachtig. Tijdens de eerste jaren van de zendingspost in Yaniruma werden door Johannes Veldhuizen talloze contacten gelegd met Korowai-mensen van de meer stroomafwaarts gelegen oevers van de Becking rivier. Eind jaren tachtig werden Kombai-Korowai dorpen geopend op zo'n 8 à 13 kilometer stroomopwaarts van Yaniruma, respectievelijk in Manggél en Yafufla, ook aan de oevers van de Becking rivier.

In 1990 werd de nederzetting Mabül gevestigd aan de oever van de Eilandenrivier. In dezelfde tijd en daarvoor werden af en toe ook meer landinwaarts gelegen kleine dorpjes gevormd, zoals Fumbaum-Nakhilop en Férman. Deze plaatsen werden overigens weer snel verlaten, voornamelijk vanwege conflicten in verband met hekserij en schadelijke toverij. Een langer bestaan was beschoren aan de gemeenschappen met een gemengde Citak-Korowai populatie in Mu en Mbasman, en ook in Khaiflambolüp met een gemengde Kombai-Korowai bevolking.