Religie & Expressie

Referenties

 
Korowai - Religie en expressie

 

Voorstellingen    Functies    Ceremonieel    Kunst    Geneeskunst    Dood en hiernamaals

 

RELIGIEUZE VOORSTELLINGEN

De actieve presentie van een verheven godheid ('high deity') werd door  Korowai informanten tot dusver niet vermeld, afgezien van de traditie over de slapende Sèif-abül ('huiver-man'), die wanneer hij ooit zou ontwaken een zware aardbeving, en mogelijk zelfs de ondergang van het universum zou veroorzaken. Volgens de oorsprongsmythe van de Khomey (Khayakhatun-subclan) schiep de geest Ginol Silamtena het universum uit het karkas van het mythisch varken Faül. Van het eerste menselijke paar wordt gezegd dat deze oorspronkelijk bestond uit twee broers die hun nageslacht verkregen na een rituele castratie van de jongere broer. Na deze gebeurtenis lijkt de geest Ginol verder geen actieve rol meer te spelen met betrekking tot de geschiedenis van de mensheid.

Er bestaat geen expliciet verband tussen deze scheppingsmythe en de Korowai kosmologie, waarin het aardse universum wordt voorgesteld als drie concentrische cirkels. De binnenste cirkel, het land van de levenden (bolüpbolüp), en de tweede cirkel, het rijk van de doden, aangeduid als bolüplefupé ('[aan] de rand van bolüpbolüp) worden omringd door een derde kring, de eindeloze oceaan die méan-maél ('honde-water') wordt genoemd. In de context van voorstellingen over de finale ondergang van het universum, wordt aan de monsterachtige vissen van het meerval-type (ndewé - Siluriformes species) toegedicht dat ze alle levende en gestorven schepselen zullen verzwelgen op de toekomstige dag van de ondergang (wola / lamol). De teloorgang van het universum wordt beschreven als het ondersteboven keren van de bolüpbolüp en bolüp-lefupé.

Kosmologie

De Korowai beschouwen het universum als vervuld met gevaarlijke geestelijke wezens (laléo), waarvan sommige een meer persoonlijk karakter, en andere een onpersoonlijk karakter lijken te bezitten. Na de eerste ontmoeting met de (blanke) vertegenwoordigers van de buitenwereld werden dezen door de Korowai aangeduid als laléo

Los van dit concept wordt een betekenisvolle rol toegekend aan de op één of andere manier steeds aanwezige geesten van de gestorven voorouders (mbolombolop). Het leven van de Korowai wordt omringd door en is verzadigd van talloze taboes (ayulekha) en geheime dan wel heilige zaken (khandin).

 

RELIGIEUZE FUNCTIES

Geïnstitutionaliseerd religieus specialisme is volgens de informanten bij de Korowai niet bekend. Van sommige oudere vrouwen wordt gezegd dat zij kennis hebben van waarzeggerij en van geneeskrachige technieken. Zij pretenderen het vermogen te bezitten om in contact te treden met de geesten van de voorouders en andere spirituele wezens waardoor zij in staat zijn rampzalige gebeurtenissen te neutraliseren of ongedaan te maken, dan wel heksen op te sporen en aan te wijzen.

Sommige mannen zijn gevreesd om hun kennis van methoden om op magische wijze schade toe te brengen aan voorwerpen, locaties, individuele personen, en zelfs aan complete clans; in de context van deze schadelijke toverij verbranden zij menselijke residuen zoals haren of vingernagels, of pijlpunten waarover een vervloeking wordt uitgesproken (ayulekha daup).

 

CEREMONIELE GEBRUIKEN

Centrale noties van vruchtbaarheid en welvaart worden in verband gebracht met de langdurige voorbereiding en viering van sagorupsenfeesten (gil), die onder andere een abundante uitdeling en consumptie van voedingsmiddelen inhouden, met name van de larven (non, gèkh) van sagotorren (khip) die gedijen in de rottende stammen van speciaal daartoe gevelde sagopalmen. Deze larven worden gezien als de ultieme dragers van levenskracht.

De feesten worden gehouden in aanwezigheid van talloze gasten die bijeenkomen volgens verwantschap-gerelateerde regels voor ketting-invitatie. Het afsluitende ritueel vindt plaats nadat de gasten van buitenaf zijn vertrokken. Het ritueel zelf omvat de verwijdering van een hekwerk dat is geplaatst rondom de centrale heilige paal (khandin-fénop) in het speciaal voor elk feest gebouwde langwerpige feestbivak. Ondertussen zingen leden van de clan het Gom-lied ter begeleiding van vruchtbaarheidsdansen door jongere mannen van de clan. Deze feesten worden vanouds minstens eenmaal per periode van een levende clan-generatie georganiseerd.

In tijden van tegenspoed en rampen wordt een ritueel varkensoffer voltrokken. Daarbij roepen mannelijke leden van de clan de geesten op om hen schadeloos te stellen voor het sacrificiële geschenk, en wel door bescherming, herstel van gezondheid en algemene verbetering van de levenscondities te verschaffen.

In de context van de nieuwbouw van een boomhuis, wordt de plaatsing van de steunpalen en de constructie van het dak begeleid door magische rituelen ter verdediging tegen hekserij en boze geesten, en ook om toekomstige voorspoed te garanderen. Voordat de bewoners definitief hun intrek nemen in het nieuwe boomhuis voeren zij een simpel maar zeer sprekend nachtelijk ritueel uit door met een stuk hout op de wanden van het huis te kloppen. Ook dit ritueel heeft tot doel de kwade krachten te verjagen.

De praktijk van visserij en jacht wordt beheerst door verscheidene magische technieken, taboes en restricties, waarvan sommige gebaseerd zijn op totem-tradities. 

Speciale magische pijlen (khayo-lamol) worden gebruikt als voorwerpen ter versterking van de goede krachten in tijden van rampspoed.

 

KUNST

Er zijn tenminste vier genres van mondelinge teksten gevonden bij de Korowai: oorsprongsmythen (lamolaup) die alleen bekend zijn bij de oudere mannen van de clan, volksverhalen (wakhatum) die ten overstaan van alle leden worden doorverteld, magische spreuken (ndafun-mahüon) die uiteraard niet bekend mogen worden bij kinderen, en ten slotte de totem-tradities (laibolekha mahüon) die wel weer algemeen bekend dienen te zijn.

Gedecoreerde tabakspijp 

Kunstszinnige expressie in bewerking van hout wordt toegepast op verschillende manieren. De bovenkant van pijlschachten wordt doorgaans versierd met abstracte motieven, waarvan sommige een magische betekenis hebben. De brede mondstukken van de bamboe tabakspijpen worden gedecoreerd met fijnzinnige bladmotieven. In de schilden worden gestileerde motieven gesneden en vervolgens ingekleurd met witte klei, houtskool en het rode sap van de pandanus en andere vruchten. Sommige van deze versieringen lijken in verband te staan met symbolen van mythische en magische aard.

Gedecoreerde tabakspijpen

GENEESKUNST

Wat betreft oorzaken van ziekte bestaat bij de Korowai de voorstelling dat (geesten van) de voorouders (mbolombolop), demonen en andere niet-menselijke (semi-)persoonlijke machten en krachten een beslissende rol spelen. Naast deze personalistische oriëntatie hebben de Korowai ook meer naturalistische ziektetheorieën, bijvoorbeeld met verwijzing naar kwalen die veroorzaakt worden door de 'damp van de aarde' die zich met name in de regentijd voordoet. Ook kan hier verwezen worden naar de schadelijke werking van menstruatiebloed en bloed van kraamvrouwen, waardoor volgens de Korowai met name mannen gevaar lopen een longziekte (TBC) te krijgen. Bij technieken ter genezing van ziekten en lichamelijke ongemakken wordt gewerkt met bezweringen, kruiden, bijzonder gevormde stenen en magische handelingen met tabakspijpen. Hoewel veel mensen al hebben kennisgemaakt met de voordelen van de polikliniek van de zendingspost in Yaniruma, die overigens sinds midden jaren negentig gerund wordt door een Indonesische overheidsinstantie, zoekt men toch tegelijkertijd nog steeds de toevlucht tot de traditionele genezingsmethoden. Dat is te meer opportuun nu blijkt dat de gezondheidszorg onder auspiciën van de overheid niet goed werkt. Momenteel is een Belgisch-Nederlands verpleegkundig team van plan in het najaar van 2004 een gezondheidsproject in Yaniruma op te starten.

 

DOOD EN HIERNAMAALS

Een centrale notie met betrekking tot het hiernamaals is het khomilo-concept. Dit begrip omvat alle fasen tussen 'diep in slaap zijn' tot en met 'feitelijk dood zijn'. De Korowai geloven dat de zielen (yanop-khayan ['real person']) van mensen langs "de Grote Weg" (debülop-talé) van het land der levenden naar het rijk van de doden reizen. Eenmaal aangekomen worden zij daar verwelkomd door hun eigen overleden clan-genoten in hun eigen territorium. Daar ontvangen zij ook een nieuw lichaam. Na een bepaalde periode van verblijf aldaar kunnen zij worden opgeroepen om terug te keren, en reïncarneren dan in een baby die op het punt staat geboren te worden. 

Het khomilo-concept lijkt aan (levende) zielen de mogelijkheid te verschaffen om te transformeren tot dieren. Het thema van transformatie-metamorphose komt voor in verschillende vormen van mondelinge traditie. Tegelijkertijd geloven de Korowai dat de schim/geest (maf), als laatste manifestatie van een overleden persoon, nog een tijdlang kan rondzwerven in de buurt van diens boomhuis. Informanten beweren dat de schim/geest binnengaat in het lichaam van een inheemse leeuweriksoort (kham - grallina bruijni) die een rol speelt bij divinatie-technieken voor het opsporen en aanwijzen van heksen.

De gestorvenen worden in ondiepe graven bijgezet nabij het eigen boomhuis, waardoor de mogelijkheid wordt geboden voor 'wederopstanding' in gevallen van tijdelijke bewusteloosheid of schijndood.